In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen talloze kansarme jongeren met probleemgedrag terecht in een heropvoedingsinstelling. Als onderdeel van hun ‘morele heropvoeding’ besteedden de jongeren een groot deel van hun tijd aan werken. De jongens werden voorbereid op een beroepsloopbaan met laaggeschoolde handenarbeid, de meisjes werden klaargestoomd voor het huishouden. In dit artikel onderzoek ik de toekomstperspectieven van jongens en meisjes uit kansarme milieus, hoe deze perspectieven werden vertaald in de heropvoedingspraktijken en in het bijzonder hoe de jongeren zelf zich uitlieten over hun opsluitingstijd en hun toekomstvisies. Uit de egodocumenten van de jongeren blijkt dat de beleving van de opsluitingstijd en de toekomstvisies verbonden waren. Ik gebruik de Belgische heropvoedingsinstellingen van Mol en Brugge als casestudy.
Original languageDutch
Pages (from-to)10-15
Number of pages6
JournalHistorica
Issue number1
Publication statusPublished - 1 Feb 2020

ID: 49668637