Documents

In onze bijdrage stellen wij vast dat het strafrecht een blinde vlek is in de (juridische) theorievorming rond Hobbes en Leviathan. Deze blindheid is niet zonder gevolg voor de receptie van onze auteur. Zij verklaart naar onze mening waarom Hobbes controversieel blijft, en lijkt een van de redenen waarom diverse lezers de Leviathan een ‘absolutistisch’ karakter toedelen. In onze bijdrage volgen we drie hoofdgedachten.Ten eerste (§§ 2 tot en met 4) bekijken we op grond van welke normatieve aannames Hobbes tot zijn staatsleer komt en gaan wij ongemakkelijk schuifelen bij de bevoegd- heden die hij de soeverein in de burgermaatschappij toedeelt. In een tweede fase halen we het strafrecht van stal.Waar het hier op aankomt, is om voorbij het verhullende oppervlak van de zorg om veiligheid in Leviathan Hobbes neer te zetten als een denker die belangrijke strafrechtelijke intuïties onder woorden brengt, waaronder het legaliteitsbeginsel (§§ 5 tot en met 7). Ten derde zullen wij aantonen dat Hobbes niet achter vergelding kan gaan staan, maar zijn strafrechtfilosofie kruidt met toekomstgerichte ingrediënten (§§ 8 tot en met 10).Al deze elementen nuanceren de absolutistische beeldvor- ming rond onze auteur en stellen ons gerust
Original languageDutch
Title of host publicationThomas Hobbes. De ik-gerichtheid van de politieke filosofie
EditorsAndreas Kinneging, Maarten Colette, Paul De Hert
Place of PublicationBudel
PublisherDamon
Pages152-207
Number of pages55
ISBN (Print)978 94 6340 252 1
Publication statusPublished - 15 Sep 2019

ID: 48557862