Description

Voor het evalueren van de genotoxiciteit van stoffen, zoals cosmetische ingrediënten, voedseladditieven, bestanddelen van geneesmiddelen, pesticiden, ed., wordt doorgaans gestart met een batterij van 2-3 in vitro testen. Enkel wanneer een positief resultaat wordt verkregen in minstens één van de in vitro testen, zal een in vivo test worden uitgevoerd. Dit kan echter niet meer voor cosmetische ingrediënten, aangezien hiervoor alleen proefdiervrije methoden mogen toegepast worden. Hoewel de bestaande in vitro testen in staat zijn om de meeste genotoxische componenten te detecteren (‘hoge gevoeligheid’), vertonen ze een onaanvaardbaar hoog aantal irrelevant positieve resultaten (‘lage specifiteit’), vooral wanneer ze gecombineerd worden in een testbatterij. De irrelevant positieve componenten worden in vitro als genotoxisch geïdentificeerd daar waar ze niet genotoxisch zijn in vivo. Dit leidt niet alleen tot het verlies van beloftevolle componenten, waarbij cosmetische ingredienten een typisch voorbeeld zijn, maar ook tot een groot aantal overbodige in vivo follow-up genotoxiciteittesten. Deze in vivo testen zijn beschrijvend en geven geen mechanistische verklaring. Om de specificiteit van de in vitro testbatterij te verhogen, werd door Sciensano en de VUB samen een specifieke qPCR methode ontwikkeld voor de identificatie van genotoxische componenten (GENOMARK-project, 2014-2017). De typische biomerker genen voor genotoxiciteit werden bepaald in metabool competente humane celculturen (HepaRGTM ) en hierop steunend werd een handige qPCR methode ontwikkeld. De resultaten van een eerder beperkte interne validatiestudie voor deze methode zijn zeer veelbelovend (100% specificiteit en 100% sensitiviteit, n=10) (1). Bovendien tonen preliminaire testen aan dat de qPCR methode in staat is zeer lage concentraties aan genotoxische componenten te detecteren (ongepubliceerde gegevens). Op basis van het grote potentieel van deze nieuwe in vitro methode, werd bij het Europees Referentielaboratotium voor de Validatie van Alternatieve Methoden (EURL ECVAM) geïnformeerd naar de mogelijkheid om deze specifieke qPCR methode voor genotoxiciteit officieel te valideren. Maurice Whealan, hoofd van EURL ECVAM, erkende het belang van de methode en raadde aan om een aanvraag voor validatie in te dienen bij EURL ECVAM. Om deze aanvraag te kunnen uitvoeren, zijn nog een aantal experimenten nodig. Het gevraagde budget zal worden aangewend om deze essentiële testen uit te voeren. De realisatie van een officieel gevalideerde in vitro methode zou een belangrijke bijdrage betekenen van Vlaanderen/België tot de effectieve toepassing van de 3Rs.
AcronymVLOV105
StatusActive
Effective start/end date11/05/2010/05/21

ID: 51843861