Description

Een eventuele vraagstelling in de menselijke functieleer is hoe sensorische informatie(stimulus) wordt omgezet naar motorische coördinaten(respons). Het in kaart brengen van factoren die de snelheid van deze informatieverwerkingsroutes beïnvloeden is een nelangrijke hoofdstuk uit de mentale chronometrie. Hoewel gedragsmetingen door middel van reactietijden en percentage fouten de grootste bijdrage hebben geleverd tot de kennis die we nu bezitten, blijven de mogelijkheden beperkt. Door middel van nieuwe technieken, zoals oogbewegingsapparatuur, is het mogelijk om andere parameters, zoals bvb de snelheid van een beweging te meten. Het 'Simon-project' (G0009.99,verlenging met 2 jaar aangevraagd), waar de apparatuur in eerste instantie voor zal gebruikt worden loopt bijzonder goed. en eerste artikel is ter publicatie aanvard, een tweede is in verwerking. Onze bevindingen werden reeds op veel internationale congressen naar voern gebracht en ons onderzoek wordt meestal hoog in waarde geschat. Om de resultaten verder te kunnen interprteren en om op een hoog onderzoeksniveau te blijven presteren is het belangrijk dat we de experimenten kunnen uitvoeren die zich opdringen. De wetenschappelijk medewerker bezit de opleideing en technische bekwaamheden om de apparatuur en software binnen een redelijke termijn op te starten. De oogbewgingsapparatuur zal hem de kans geven een tweede luik aan zijn doctoraatsonderzoek toe te voegen waarin de relatie en oogbewegingen wordt belicht. Dit is niet alleen belangrijk binnen het project maar is nog steeds een hot topic binnen de aandachtsliteratuur in het algemeen. In wat volgt zullen we uiteenztten hoe het gebruik van oogbewegingsapparatuur zich binnen één project opdringt. Het spreekt voor zich dat de apparatuur ingeschakeld zal worden in aanverwante onderzoeksdomeinen.
Eén van de meest beschreven effecten uit de mntale chronometrie is de bevinding dat wanneer de stimulus en de respons ôp één of andere 'natuurlijke manier' overeenkomen, de omzetting van stimulus naar respons sneller gebeurt. Dit verschijnsel heet het stimulus-respons compatibiliteitseffect. Als de stimulus compatibel is met de respons, dan zijn de reactietijden sneller dan wanneer beide niet compatibel zijn. Eén van de sterkste S-R compatibilitietseffecten wordt gevonden wanneer stimulus en respons volgens locatie overeenkomen. De locatie van een stimulus heeft zelfs zijn invloed op de snelheid van verwreking als de deelnemers taak-irrelevant is(Simon,1990). In dergelijke seriële reactietijd(RT)-taken moeten de deelnemers reageren op bvb de kleur van de stimulus; als de stimulus rood is druk je links, als de stimulus groen is druk je rechts. De plaats waar de stimulus verschijnt(links of rechts van het fixatiekruis bvb) is irrelevant. Toch blijkt dat in dergelijke taken de RTn sneller zijn als de stimulus-en de responslocatie overeenkomen dan wanneer beide niet overeenkomen; dit is het Simon effect.

Wij hebben bijkomende ondersteuning geleverd dat een aandachtssprong in een bepaalde richting de reactiesnelheid(onset) van bewegingen in dezelfde richting versnelt t.o.v. bewegingen in een andere richtingn of m.a.w., dat het Simon effect veroorzaakt wordt door een aandachtssprong naar de stimuluslocatie(Notebaert, Soetens,&Melis, inpress). In deze taken kunnen we echter niet uitsluiten dat proefpersonen ook oogbewegingen maken en dat het Simon effect eventueel veroorzaakt wordt door een oogbweging, i.p.v. een aandachtssprong, naar de stimuluslocatie. Er zijn wel enkele observaties die als aanwijzing kunnen gezien worden dat er geen oogbewegingen worden gemaakt. Zo zijn locatierepetities in het algemeen niet sneller dan locatiealternaties. Als er voor iedere locatiealternatie een oogbewging zou gemaakt worden dan had de RT op die trials wel trager moeten zijn. Maar er is natuurlijk meer nodig dan deze aanwijzingen. In eerste instantie zullen we nagaan hoe lang het duurt om een saccadische oogbewging naar een lateraal aangboden stimulus te prgrammeren. Als we dan in een conditie voldoende tijd laten om deze saccade uit te voeren en in de andere conditie niet, dan kunnen we veronderstllen dat in de eerste conditie het aandachtspunt overeenkomt met de plaats waar de ogen gefixeerd zijn, terwijl in de tweede conditie de ogen nog centraal gefixeerd zijn, maar het aandachtspunt links of rechts van het fixatiekruis ligt. Als we dan ni de tweede conditie een stimulus aanbieden tussen beide loci, dan kunnen we vaststellen ten opzichte van welk punt het Simon effect optreedt.

Het meten van oogbewegingen is ook belangrijk om meer over de onderliggende aandachtsmechanismente weten te komen. De premotorische theorie van spatiële aandacht gaat er avn uit dat het Simon effect ontstaat door de vorming van een premotorische code die in de eerste plaats bedoeld is om de oogbewegingen in de juiste richting te sturen(Rizolatti, Riggio, Dascola, & Umilta, 1987).Deze code zou echter ook een voordeel opleveren voor elke andere beweging die ruimtelijk overeenstemt met de richting van de aandachtsverschuiving, zoals de vingerbeweging voor de respons. Om dit idee verder te onderzoeken is het noodzakelijk om ook de snelheid van de bewegingen maar dit is bijzonder omslachtig en nauwkeurig. Toch konden we onlangs een Simon effect in de bewegingstijd vaststellen onafhankelijk van de reactietijd. Deze gegevens zijn beliengrijk in het kader van de sportwetenschappen en ewrden gepresenteerd op het pre-olympisch congres in Brisbane, Australia(2000). Om deze gegevens tot een publicatie te verwerken is het echter noodzakelijk om over meer nauwkeurige apparatuur te beschikken die de snelheid van een beweging kan meten, zoals oogbewegingsapparatuur.

We plannen ook een reeks experimenten waar de respons wordt geprecued, d.w.z. dat we voor de aanbieding van de stimulus onformatie geven over welke responstoets zal moeten ingedrukt worden. Angezien de RTn sneller zijn na een valide respons precue moeten we veronderstellen dat de premotorische code van de respons al geactiveerd is voor de eigenlijke stimulus aanbieding, dus ook voor de activatie van de premotorische code van de oogbeweging. Als inderdaad de premotorische code van een beweging de raecties versnelt van andere bewegingen die kenmerken(richting) van deze premotorische code delen, dan moet ook hier een vorm van het Simon effect kunnen aangetoond worden. Het prgrammeren van een vingerbewging (drukken op de responstoets) zou de saccadische oogbeweging die volgens richting oevreenkomt kunnen versnellen. In dit soort experimenten is dus niet langer de klassieke RT de afhankelijke variabele maar de onset van de oogbeweging.

In het algemeen zal het apparaat experimenten toelaten die bijdragen tot een uitgebreide kennis over de relatie tussen aandachtssprongen en oog bewegingen. Meer in het bijzonder gaan we de invloed na van de premotorische code van de oogbeweging op andere bewegingen. Met andere woorden, is het programmeren van een oogbeweging de oorzaak van het Simon effect? Als dit het geval is, kunnen we dan ook aantonen dat de premotorische code van de respons de snelheid van de oogbeweging beïnvloedt? Na afloop van 'het Simon project' zal de oogbewegingsapparatuur voor andere doeleinden gebruikt worden(leesgedrag, oogbewegingen tijdens autorijden, transsaccadisch geheugen,...). Ook voor ander onderzoek dat momenteel door ons wordt verricht naar endogene en exogene aandachtsprocessen zou de apparatuur een duidelijke meerwaarde betekenen. Ook voor onderzoek in andere vakgroepen zou de oogbewegingsapparatuur een meerwaarde betekenen(zie bijgevoegde brief). In een laboratorium voor cognitieve en fysiologische psychologie behoort oogbewegingsapparatuur heden ten dage dan ook tot de standaard uitrusting
AcronymOZR710
StatusFinished
Effective start/end date1/01/0231/12/03

    Flemish discipline codes

  • Psychology and cognitive sciences
  • Basic sciences

    Research areas

  • motor control, sensomotor intgration, visual attention, Simon task

ID: 2931370